FRANCOIS THIJS
NOCH MEESTER, NOCH KNECHT
DE RUSSISCHE BEER KRABT MET ZIJN SCHERPE KLAUWEN AAN ONZE DEUREN!
Op dit ogenblik hoor je in ons Avondland, een archaïsch woord voor Europa, vooral twee toverwoorden. Besparingen en defensie! Miljarden euro 's moeten gevonden worden om onze bewapening te moderniseren. Onze veiligheid wordt in gevaar gebracht door de oorlog in Oekraïne. We zijn te laks geweest. Sommigen vrezen zelfs dat binnenkort de ‘Russen’ op de Grote Markt in Brussel zullen staan. En dat de Russische vlag zal wapperen aan het stadhuis, zoals de Sovjetvlag op 2 mei 1945 aan de Berlijnse Reichstag.
Na WO II is de Verenigde Staten in een oorlogseconomie blijven hangen. Zo konden ze oorlogstuig aan de man brengen over de hele wereld. En zich ook manifesteren als de grote politieman. Met zoveel vuurkracht in de aanbieding! Wie zou het tegen hen durven op te nemen? Maar een oorlogseconomie vraagt miljarden dollars. Daarom is er in Verenigde Staten zo goed als geen sociale bescherming. Die is er alleen weggelegd voor zeer bemiddelende Amerikanen. Wil je voor je kinderen goed onderwijs? Dan moet je je portemonnee wijd opentrekken. Hoeveel mensen wonen er niet in bungalowparken? Terwijl in ons land heel wat gezinnen een woning bezitten. De daklozen zijn er niet te tellen. Een echte schande voor een land dat zich de voortrekker van de democratie noemt. Maar daar liggen de ‘captains of industry’ natuurlijk niet van wakker. Ze zien de toekomst van de oorlogsindustrie zelfs rooskleurig tegemoet. Mogelijk moet de Verenigde Staten zich binnenkort wel verdedigen tegen reële of gefantaseerde Ufo’s!
Daarentegen ontwikkelde zich in West-Europa een welvaartseconomie. De jaren ’60 worden terecht bekeken als het gouden decennium van de twintigste eeuw. De volgende jaren kwam de consumptiemaatschappij tot volle wasdom. De meeste gezinnen konden goed leven van één inkomen. Het was de periode waarin de verzorgingsstaat vorm kreeg, met onder andere een ziekteverzekering, pensioenstelsel, kinderbijslag en werkloosheidsvergoedingen. Maar sommigen spreken dat woord vandaag geringschattend uit. We worden teveel in de watten gelegd!
Wat is nu het grote verschil tussen een oorlogs- en een welvaartseconomie? In de laatste ontvangen de werknemers een brutoloon en er worden door de werkgever ook patronale bijdragen betaald. Samen met de werknemersbijdragen financieren die onze verzorgingsstaat. Maar in de Amerikaanse oorlogsindustrie moet je daarvoor meestal zelf opdraaien. Je hoeft er dan ook geen tekeningetje bij te maken om te weten naar welke economie de voorkeur uitgaat van het groot kapitaal.
Tot hiertoe bleven we in West-Europa grotendeels gespaard van die oorlogsindustrie. Door de oorlog in Oekraïne is de zaak echter aan het keren. Er moet meer oorlogstuig gemaakt worden tegen het Russische gevaar. En dat kan maar op één manier. Beknibbelen in de sociale zekerheid. En daarbij komen de zwakkeren altijd eerst aan de beurt. Het zijn de werklozen, langdurige zieken en gepensioneerden. Maar de lagere middenklasse zal ook snel volgen. Wie voorspelt dat wij binnen enkele jaren met een sociale zekerheid zitten opgescheept, zoals bij onze vriend over de Grote Oceaan, heeft het allicht bij het rechte eind.
Antwerpen, 16 juni 2026
François THIJS,
noch meester, noch knecht.
François THIJS | 2016 - 2026
Alle rechten voorbehouden