FRANCOIS THIJS
NOCH MEESTER, NOCH KNECHT
DE ENIGE EN WAARACHTIGE PARABEL VAN DE GROTE BOMENKAP IN ANTVERPIA.
Eeuwen waren de Romeinen weg.
Maar sinds enkele jaren zijn ze opnieuw in Antverpia.
In 2012 beukten ze met alle geweld de deuren van het stadhuis in.
Achter de keizerlijke adelaar stormden de legioenen de marmeren trappen op.
En Caesar Bart Textor zag dat het goed was.
Textor is wever in het Latijn
Die verovering deden de Romeinen niet alleen.
Ze kregen daarbij de steun van enkele autochtone volksstammen, die met hen collaboreerden.
Eén van hen was Vooruit.
Zo heetten ze toch in de plaatselijke gewesttaal.
Het waren de zogenaamde verdedigers van de proletariërs.
De verworpenen van de aarde.
Enkele jaren regeerde Caesar Bart Textor over Antverpia vanuit het stadhuis.
Dagelijks keek zijne excellentie naar het standbeeld van Silvius Brabo.
Naar het schijnt een Romeinse soldaat.
Ooit hakte hij de hand af van de reus Druon Antogoon, en gooide dat lichaamsdeel in de rivier Scaldis.
Hoe vaak keek Caesar Bart Textor naar dat water spuwende standbeeld.
En het werd een doorn in zijn ogen.
Dat standbeeld moest zo snel mogelijk verdwijnen.
Allicht was het best om het ook in de Scaldis te gooien.
Zodat er geen spoor van overbleef.
Wees nu eerlijk, een marmeren beeld van Caesar Bart Textor, met een gouden lauwerkrans, zou toch een veel verhevener landmark zijn, dan dat van een eenvoudige soldaat.
Bovendien kan mijn penis in volle erectie ook als fontein dienen.
Zo regeerde de zelfverklaarde Caesar, omringt door zijn trouwe volgelingen, enkele jaren over Antverpia.
Zijn hielen moest hij nooit wassen.
En zijn kont nooit afvegen.
In zijn gevolg liepen er genoeg hielen- en kontlikkers rond.
Maar na enkele jaren kreeg Ceasar Bart Textor er genoeg van
Hij snakte naar grotere heldendaden.
Hij dacht aan zijn vroegere voorganger Gaius Julius Ceasar, die ooit heel Gallië veroverde.
Zelfs de gevreesde volksstam de Belgae kreeg hij onder de knoet.
En riebedebie, een woord in de plaatselijke gewesttaal, was hij op zoek naar meer glorie en roem.
Een tocht die hem zelfs over de Oceanus Atlanticus naar een ander werelddeel zou brengen.
Iets wat zijn illustere voorganger nooit voor elkaar kreeg.
Die wist zelfs niet dat er zoiets als een ander werelddeel bestond.
Daarom marcheerde Ceasar Bart Textor met een deel van zijn legioenen naar Bruxellae.
Een belangrijkere stad in Belgica.
Al denken de inwoners van Antverpia daar wel even anders over.
En je zou het nog kunnen vergeten.
Maar hij nam zijn felis Maximus wel mee.
Nadat de onbetwiste leider uit het stadhuis van Antverpia was vertrokken, borrelden de ambities van enkele medestanders van het eerste uur op.
Een van hen was Caligula Koen zonder Kennis, een koboltachtige man, allicht het gevolg van inteelt, dat kwam wel meer voor bij de Romeinen, van wie de intelligentie in schril contrast stond met zijn familienaam.
Hij dacht dat de weg naar de zetel van maior volledig openlag.
Toch besefte zelfs hij in al zijn arrogantie dat de titel caesar te hoog gegrepen was.
Dat een titel zoals consul moest volstaan.
Maar mogelijk droomde hij er toch van om Caesar Bart Textor in een later stadium een mes in de rug te steken.
Dit naar aloude Romeinse gewoonte.
En toch nog caesar te worden.
Die kon dan in zijn doodsgereutel uitroepen: ‘Et tu quoque, Caligula Koen zonder Kennis.’
Maar zijn natte droom, hij kon alleen nog maar in zijn slaap klaarkomen, om consul van Antverpia te worden, eindigde in een duistere nachtmerrie.
In het stadhuis liep er nog iemand rond met torenhoge ambities.
Het was een vrouw en ze heette Agrippina Els Van Poesburg.
Een stijgend sterretje in de omgeving van Caesar Bart Textor.
Ze had enkele eigenschappen voor op Caligula Koen zonder Kennis.
Ten eerste was zij verstandiger.
Waarvoor niet veel nodig was.
Ten tweede was zij blond.
En Caesar Bart Textor had wel wat met blondjes.
Maar het belangrijkste was dat ze getrouwd was met een oude Romein van het eerste uur.
Natuurlijk hebben we er het raden naar of Agrippina Els Van Poesburg zijn uxor werd uit liefde of met oog op haar carrièreplanning.
Over dat laatste moet je zeker niet verbaasd zijn.
Zoiets kwam meer voor in Romeinse kringen.
Maar het resultaat was dat de zetel van maior die wulpse deerne te beurt viel.
En Caligula Koen zonder Kennis zijn sjokkedeizen, dat is gewesttaal voor mannelijke geslachtsdelen, krompen nog meer.
Het bloed joeg door zijn aders en kookte als nooit tevoren.
Ooit had hij er al voor gezorgd dat Messalina Liesbeth Koemans Antverpia verlaten had voor Bruxellae.
Maar die Agrippina Els Van Poesburg liep hem nog altijd voor de voeten.
Hij dacht er zelfs aan om dat smerig wijf, die echtbreekster, te vergiftigen.
Dit opnieuw naar aloude Romeinse traditie.
Maar dat kan je anno 2025 natuurlijk niet meer maken.
Zelfs in een politiek systeem dat men vaak ten onrechte dëmokratia noemt.
Dit ontwikkeld werd eeuwen geleden door de oude Grieken.
Een intellectueel meer verheven volk dan de Romeinen, maar met minder militaire kracht.
Ook Antverpia in brand steken, zoals zijn grote voorbeeld Nero Claudius Ceasar Drusus Germanicus ooit met Rome deed, zo vertelt de legende toch, was helemaal uit den boze.
En van een decimatio, waarbij hij elke tiende burger in Antverpia zou laten doden, kon helemaal geen sprake zijn.
Geen mensen, dan maar katten en honden. Elke tiende hond en kat moest over de kling gejaagd worden.
Maar Agrippina Van Poesberg sprak meteen haar veto uit.
Omdat dit allicht tot een grote volksopstand zou leiden.
‘Luister Caligulake, houd je nu maar wat koest.’
Wat hem de gedachte ontlokte dat die oude Romein zijn wijfje wel wat meer zijn vlakke hand mocht laten zien.
Maar als ik mijn woede niet mag koelen op mensen en dieren, wat blijft er dan nog over?
Met veel moeite bracht hij zijn weinige hersenscellen in beweging.
En nadat hij zich een halve dag had opgesloten in zijn latrine, dat is ons kleinste kamertje, had hij het uiteindelijk gevonden. Waarschijnlijk bedwelmd door de geur van zijn excrementen
‘Eureka! Eureka! Eureka!’
Neen sorry, dat is Grieks
‘Arbores, arbores, arbores!’ zullen mijn slachtoffers worden!
Ik laat in heel Antverpia geen boom meer rechtstaan.
En met de inzet van de Pretoriaanse wacht werd de eerste bomenkap een feit.
Toen hij meer dan tevreden ’s avonds insliep, dacht hij ‘Veni, vidi, vici’.
In de plaatselijke gewesttaal: ‘Ik kwam eraan, ik bekeek ze en sloeg op hune smoel.’
De inwoners van Antverpia, en zeker de bomen, zullen het geweten hebben!
Antwerpen, 9 oktober 2025
François THIJS,
noch meester, noch knecht.
François THIJS | 2016 - 2026
Alle rechten voorbehouden